Voedsel moet wel (te) goedkoop zijn, want andere noodzakelijke dingen zijn duurder geworden
Regelmatig gaat het er over dat de prijs van voedsel eigenlijk hoger zou moeten zijn om te kunnen voldoen aan zaken als milieueisen, eerlijke beloning van arbeiders en diervriendelijkheid.
Voor veel mensen is het echter wel heel erg belangrijk dat er een (te) lage prijs voor voedsel betaald kan worden. Dat komt mede omdat andere dingen in de loop der jaren sluipenderwijs veel duurder zijn geworden. Dat lijkt heel vaak vergeten te worden.
Het overduidelijkst in het sluipenderwijs verschoven uitgavenpatroon: De hoge woonkosten. Dankzij de verhipping van de steden, met name Amsterdam, is wonen sinds het begin van de jaren 0 steeds duurder geworden. Omdat welgestelde mensen in die steden bereid bleken te zijn om heel veel voor wonen te betalen, zijn verkopers en verhuurders van huizen tot inzicht gekomen dat men dat elders in het land uiteindelijk ook wel zou gaan doen. Wonen is immers een eerste levensbehoefte.
Tegenstrijdig genoeg zijn die hippe mensen, die dol zijn op de gegentrificeerde steden vol met koffiebarretjes, conceptstores en festivals, over het algemeen ook mensen die duurzaamheid belangrijk vinden. Hun manier van leven en bestedingspatroon heeft echter als indirect gevolg dat de mensen met een lager inkomen genoodzaakt zijn om (te) goedkoop voedsel te kopen. Door de hoge woonkosten blijft er immers minder over voor andere dingen.
Een ander probleem is dat veel mensen meer zijn gaan besteden aan allerlei elektronische apparaatjes. Er komen ook steeds weer vernieuwingen die mensen dan weer aanzetten om andere apparaatjes te kopen. Soms is het zelfs noodzakelijk om weer iets nieuws te kopen, omdat het oude apparaat gewoonweg niet meer werkt. Niet omdat het werkelijk versleten is, maar omdat de techniek verouderd is. Dan kunnen de updates niet meer geïnstalleerd worden. Of er komt opeens een nieuw stekkertje, zodat apparaten niet meer op elkaar aangesloten kunnen worden. Vanuit de EU zijn er wel dingen zoals "recht op reparatie", maar in de praktijk zal dat weinig uithalen. De technologiegiganten weten er toch wel onderuit te komen.
We worden ook nog eens steeds afhankelijker van die apparaatjes. Nog even en dan kan reizen met het openbaar vervoer wellicht alleen nog maar met een smartphone. Nu al is op school een smartphone of laptop voor leerlingen soms onmisbaar, omdat leraren lessen geven waarbij deze apparaten nodig zijn. We gaan er dus massaal in mee.
Wanneer we nu eens simpelweg veel minder aan dat soort dingen uit zouden hoeven geven, dan bleef er meer over om te besteden aan eerlijk voedsel..
Jeste Steur, Amsterdam, 2020